Plan van aanpak Wethouder Buningstraat, Assen
In 1996 werden 15 huizen in de Wethouder Buningstraat
in Assen door de Stichting Wethouder Buningstraat aangekocht. De stichting was
opgezet door de bewoners van de huizen. Daarnaast richtten de bewoners een
bewonersvereniging op. De huizen waren voordien van een woningbouwvereniging
die de huizen wilde slopen wegens vochtproblemen en de slechte staat van
onderhoud. Renovatie zou meer kosten en meer mogelijkheden bieden dan sloop en
nieuwbouw.
De stichting verhuurde na aankoop de huizen aan de
bewoners, die zelf de renovatie ter hand namen begeleid door Stichting Paradox.
In november 1996 werd door Stichting Paradox en de
technische commissie van de S.W.B. een plan van aanpak voor de renovatie gepresenteerd.
Dit plan omvatte een beschrijving van de werkwijze (de planning, coördinatie,
begeleiding, kwaliteitseisen) en een uitgebreide beschrijving van de
werkzaamheden in de diverse woningen (hier niet opgenomen).
Belangrijk in de
werkwijze was dat de meeste werkzaamheden gefaseerd in zelfwerkzaamheid
uitgevoerd zouden worden. Voor deze gefaseerde aanpak was een aantal redenen
aanwezig: de (wisselende) mate waarin de meeste bewoners energie in de
zelfwerkzaamheid zouden kunnen steken, weersomstandigheden, al dan niet
inzetten van professionals voor bepaalde klussen, het al dan niet leegstaan van
een woning.
Daarnaast werd een aantal prioriteiten gesteld om verdergaande schade (verrotting e.a.) tegen te gaan: het bestrijden van de vochtproblemen, het schilderwerk, het vervangen van rotte kozijn- en raamdelen en het aanpakken van lekkage in douches, het aanpakken van lekkende daken.
Dit plan van aanpak laat zien hoe de renovatie van
een vijftiental huizen opgezet kan worden met een vereniging van bewoners die
in verschillend tempo het werk wilde gaan verrichtten.
PLAN VAN AANPAK
WETH. BUNINGSTRAAT, ASSEN
Een
aantal algemene uitgangspunten:
1)
ZELFWERKZAAMHEID
Veel zal de komende vijf jaar in zelfwerkzaamheid moeten
gebeuren om de panden in redelijke staat te krijgen en binnen de begroting voor
het achterstallig onderhoud te blijven.
Bij zelfwerkzaamheid is het belangrijk om het werk goed
op elkaar af te stemmen en zoveel mogelijk met vaste, regelmatige werktijden te
werken.
De hoeveelheid zelfwerkzaamheid is groot en het wordt
een zware dobber. Dat betekent dat niet alleen het uitvoeren van het werk, een
goede technische begeleiding en planning maar ook een heldere aanpak en veel
nadruk op onderlinge verhoudingen heel belangrijk is.
Mensen moeten niet alleen nu maar ook over drie jaar nog
gemotiveerd zijn, of kunnen worden, om aan te pakken. Hiervoor is een goede
sfeer die motiveert en stimuleert onontbeerlijk. Er zal onderling acceptatie
en respect moeten zijn voor verschillen in aanpak, inzet en motivatie.
Hierover moet goed doorgepraat en gedacht worden. In feite moet er naast een
technische aanpak ook een 'sociale' aanpak op tafel komen, vandaar dat ik daar
hier wat verder op in ga.
Meestal legt een verbouwing een behoorlijke druk op een
groep. Allerlei onbekende dingen moeten geregeld worden, de één werkt
makkelijker in de bouw dan de ander, om nog maar niet te spreken van de
financiële- en werkdruk waar ook verschillend mee wordt omgegaan. Vaak kost
het na verloop van tijd veel moeite om nog begrip voor elkaar en die
verschillen op te brengen.
Voor een deel kun je daar iets aan doen door vooraf goed
te praten over hoe iedereen in die verbouwing wil staan, hoeveel tijd iedereen
er in wil steken, achter wat of welke onderdelen mensen aan willen gaan en hoe
je elkaar op dingen aan gaat spreken.
Aangezien je echter niet alles kunt voorzien is het goed
om tijdens zo'n verbouwing niet alleen over praktische zaken te vergaderen.
Trek bijvoorbeeld iedere week tijd uit om met een pilsje in de hand eens
rustig te babbelen over de verbouwing, over hoe het onderling gaat,
ergernissen, enz. Dat kan voorkomen dat spanningen ontstaan of oplopen. Het
zou niet de eerste keer zijn dat een groep knalt voor de verbouwing is afgerond.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je elkaar nergens op
aan kunt spreken, integendeel. Je moet het evenwicht zoeken en vasthouden
tussen elkaar aanspreken, onderling het nakomen van verantwoordelijkheden eisen
en desondanks begrip opbrengen voor elkaar. Als iemand er echt doorheen zit
kan je diegene beter voor een paar dagen wegsturen om uit te rusten. Uiteindelijk
levert dat meestal meer op dan iemand die zichzelf op het tandvlees blijft
voortslepen.
Daarnaast moet je een taakverdeling maken. Basisdemocratie
is leuk maar tijdens een bouw uitermate onpraktisch (en op termijn daardoor
duur). In de praktijk werkt het het beste als de technische commissie
verantwoordelijk is voor de werkplanning, coördinatie en materiaalinkoop. Op
deze manier is voor iedereen duidelijk wie aanspreekbaar is en vertelt wat er
hoe moet gebeuren. Als iedereen hiervoor (mede)verantwoordelijk is ontstaat
er snel een chaotische situatie en veel onnodige discussies over het werk dat
gedaan moet worden.
Met een hele groep is het vrijwel ondoenlijk om iedereen
continu op de hoogte te houden van de beslissingen die tijdens een bouw
genomen moeten worden, bovendien zit niet iedereen daarop te wachten. Dat zijn
vaak beslissingen die voortkomen uit technische eisen, de (on)mogelijkheid om
iets op een bepaalde manier te doen, het al dan niet op tijd leveren van
materiaal, de weersomstandigheden, enz..
Heel belangrijk is het dat de coördinatoren zich er
tijdens de bouwperiode van bewust blijven dat ze groepsleden zijn en zo goed
mogelijk moeten blijven communiceren, uitleggen en hun beslissingen en
opstelling blijven bespreken en verantwoorden. Andere groepsleden moeten zich
er tijdens de bouwperiode van bewust blijven dat die coördinatoren een extra
verantwoordelijkheid hebben en het daardoor nogal eens zwaar kunnen hebben.
2)
KWALITEIT
De zelfwerkzaamheid mag niet ten koste gaan van de
kwaliteit van het werk. Dit betekent dat de werkzaamheden goed begeleid moeten
worden. Bij vrijwel iedere klus zal in eerste instantie een professional samen
met één of twee bewoners aan het werk moeten, tot is geconstateerd dat de
bewoners het werk voldoende onder de knie hebben om die klus verder in
zelfwerkzaamheid af te ronden cq. andere bewoners te kunnen begeleiden.
De werkzaamheden zullen tussendoor op kwaliteit
gecontroleerd moeten worden.
3)
PLANNING
Wat de planning lastig maakt is dat niet duidelijk is
hoeveel energie de bewoners in de zelfwerkzaamheid willen/kunnen stoppen. Dit
betekent vooral dat we nauwelijks in kunnen schatten hoe lang het zal duren om
bepaalde klussen af te ronden. Om binnen het budget te blijven zullen we vooral
gefaseerd moeten werken.
Gefaseerde uitvoering van de werkzaamheden betekent dat
we allereerst bepalen welke werkzaamheden prioriteit hebben en welke niet. In
principe worden eerst de belangrijkste werkzaamheden aan alle woningen afgerond
voor we aan de minder belangrijke klussen beginnen.
In de praktijk zal dit niet helemaal het geval zijn
aangezien het vaak het makkelijkste is om als in een woning één ding
onderhanden genomen wordt, tegelijk een aantal andere werkzaamheden uit te
voeren. Daarnaast spelen uiteraard de (weers-)omstandigheden en kwaliteiten van
diverse mensen een rol. Als een professional rondloopt kan die het beste in één
keer alle werkzaamheden doen die niet in zelfwerkzaamheid te doen zijn.
Een tijdschema voor het project durf ik op dit moment nog
niet te maken aangezien de voortgang met name afhangt van de inzet van de
bewoners.
4)
VOORTGANG
Voor een soepele voortgang van het werk (en uit oogpunt
van kostenbesparing) is het noodzakelijk dat de bewoners de mensen die het werk
uitvoeren zo veel mogelijk medewerking geven, de woningen na het uitvoeren van
werkzaamheden niet door de mensen die het werk uitvoeren schoongemaakt hoeven
worden en alle woningen gedurende werkdagen op werkuren (8.00 t/m 18.00 uur)
toegankelijk zijn voor inspectie en het uitvoeren van kleinere werkzaamheden
(als kozijnenwerk, werkzaamheden in douche e.a.). Voor zover mensen in de
weekeinden willen werken zullen woningen ook in het weekend toegankelijk moeten
zijn. Grotere werkzaamheden als het openbreken van vloeren e.a. zullen ten alle
tijden een aantal dagen tevoren aangekondigd kunnen en moeten worden zodat
bewoners de tijd hebben kamers te ontruimen e.a..
5)
COÖRDINATIE/BEGELEIDING
De manier waarop het werk gecoördineerd en begeleid kan
worden, hangt af van het tempo waarin het werk uitgevoerd wordt. Als het tempo
laag ligt zal er minder intensieve coördinatie/begeleiding nodig zijn dan bij
een hoog werktempo.
Zoals het er nu voor staat lijkt het het beste om uit te
gaan van een rustig werktempo. Dat betekent dat we in één of twee huizen onder
begeleiding van een professional bezig gaan met het aanpakken van het
vochtprobleem en het verhelpen van de schade die inmiddels door het vocht is
aangericht. Een aantal mensen kan dan dit werk onder de knie krijgen en hun
kennis bij het aanpakken van de volgende huizen aan anderen overdragen.
Daarnaast kan een aantal mensen een 'specifieke taak' leren. In eerste
instantie valt te denken aan het inzetten van glas - het herstel van stopverf,
het aanpakken van de douches e.a.
6)
WERKZAAMHEDEN
Van iedere woning is er een overzicht van de
werkzaamheden die in, onder of rond die woning uitgevoerd moeten worden. Deze
lijst is bedoeld om inzicht te krijgen in hetgeen moet gebeuren en verschaft
tegelijk de bewoners duidelijkheid over hetgeen aan hun woning moet gebeuren.
Dit is vooral belangrijk om onnodig werk te voorkomen. Roept deze lijst op
bepaalde punten twijfels op of mis je dingen, dan is het belangrijk dat je ons
dat laat weten. Een bewoner weet over het algemeen het beste hoe een pand er
aan toe is en bij de inspectie die we hebben gehouden, kunnen we altijd dingen
gemist of verkeerd ingeschat hebben.
Als je met een klus bezig bent en je weet niet precies
hoe iets moet of je twijfelt over iets wat je tegenkomt (is dit geen schimmel?
moet dat latje niet ook vervangen? moet ik meer of minder slopen? enz.), vraag
het dan altijd eerst aan iemand van de technische groep voor je iets
definitiefs doet. Dit kan een boel kosten besparen.
Een aantal werkzaamheden zal bij alle woningen voorkomen
en voor een belangrijk deel in zelfwerkzaamheid gedaan moeten worden:
- het behandelen van het vochtprobleem;
- aanpak douches;
- schilderwerk;
- vervangen van (delen van) kozijnen en ramen;
De werkwijze is hierbij heel belangrijk, vandaar dat we
deze werkzaamheden hier doorlopen.
a)
het vochtprobleem:
Het vochtprobleem wordt veroorzaakt door een te hoge
grondwaterstand waardoor het vocht door de fundamenten ongeveer 1,25 meter
omhoog trekt. Het zet de kelders af en toe onder water en heeft de muren,
balken en vloeren aangetast.
Vochtproblemen kunnen op een aantal manieren bestreden
worden:
- ventileren
(voldoende tochtgaten aanleggen)
- isoleren
(folie over de natte grond om te voorkomen dat het vocht daaruit optrekt en
isolatie tussen de balklaag)
- injecteren
(een ondoordringbare siliconenlaag in de muren spuiten).
Deze mogelijkheden zullen we achtereenvolgens toepassen.
We hopen dat het vocht bestreden kan worden door het aanbrengen van voldoende
ventilatie en isolatie, voldoende ventilatie heeft op nr. 48 al veel geholpen.
Overal moeten in de kruipruimtes folie en isolatie worden
aangebracht en gaten in de muren gehakt. Om dit te doen moeten in ieder geval
in nr. 24 t/m 32 de kruipruimtes wat uitgediept worden. In alle andere huizen
moeten hier en daar hopen rotzooi e.a. uit de kruipruimtes worden verwijderd.
Het liefst willen we het injecteren zoveel mogelijk
vermijden. Het is veel werk en ontzettend duur. We zullen dus eerst een jaar
moeten bekijken waar en in hoeverre het aanleggen van ventilatie/isolatie heeft
geholpen. Plekken die een jaar na het aanbrengen van de voorzieningen niet
voldoende droog zijn zullen alsnog geïnjecteerd moeten worden.
Voor we de isolatie aanbrengen, moet de schade die het
vocht tot nu toe heeft aangebracht aangepakt worden. Dat betekent:
- rotte
(delen van) balken vervangen en de balken die in de kruipruimte op stenen
pilaren rusten van een loodslab tussen de balk en pilaar voorzien;
- rotte
vloerdelen vervangen;
- stucwerk
en schrootjes e.a. van de muren verwijderen zodat de muren een jaar kunnen
'uitademen' en we kunnen constateren of de aanpak voldoende effect heeft gehad.
Hoe we de kelders aanpakken moeten we per kelder
bekijken. Een aantal kelders kan met voldoende ventilatie droog worden. Bij een
aantal andere kelders zal dit waarschijnlijk niet lukken. Deze kelders zullen
gedempt moeten worden aangezien het compleet injecteren te duur is. Dit
betekent tot onder balkniveau (vochtniveau) volstorten en vervolgens net als de
kruipruimtes ventileren/isoleren.
b) de douches:
In
alle douches moet mechanische ventilatie geplaatst, moeten aan de binnenkant
dorpels tegen de deuren aangebracht en moet het vinyl geplakt en de naden
afgekit. Dit moet snel gebeuren om verdere schade/lekkage te voorkomen. Het zal
waarschijnlijk het beste werken als twee mensen dit aanpakken.
c)
het buitenschilderwerk:
Delen van het houtwerk (kozijnen en ramen) zullen op
termijn vervangen moeten worden. Om dubbel werk te voorkomen hoeven deze delen
pas na vervanging geverfd. Voor een deel is snel te zien wat vervangen moet
worden, deze delen zijn opgenomen in de lijst met werkzaamheden.
Een ander deel van het hout zal onder het schilderwerk
aangetast zijn. Vandaar dat het belangrijk is dat alle houtwerk afgebrand wordt
en vervolgens gecheckt op rotte plekken. De rotte plekken moeten eerst
uitgehakt, gerepareerd of vervangen worden voor het houtwerk verder geschuurd
en geverfd wordt. Alleen op die manier voorkomen we dubbel werk en weten we
zeker dat er geen rotte delen onder de verf blijven zitten. Daarnaast zal, bij
de meeste ramen, na het afbranden en reparatie de stopverf vervangen moeten
worden.
Het is belangrijk dat in eerste instantie een
professional het afgebrande hout bekijkt. Dit om te voorkomen dat delen worden
overgeslagen en om ervoor te zorgen dat aangetast hout op de juiste manier
gerepareerd of vervangen wordt.
Voor alle duidelijkheid: het is niet erg dat houtwerk,
nadat het is afgebrand, nog een tijdje ongeverfd blijft. Behalve de delen
waarvan in de werklijst is opgenomen dat ze vervangen moeten worden, kan al het
houtwerk dus door de bewoners afgebrand worden. Met schuren en gronden moet
worden gewacht tot geconstateerd is dat aan de betreffende delen niets meer
hoeft te gebeuren.
Overigens is het ook belangrijk dat, na het
buitenschilderwerk, de bewoners ook zorgen voor een goede kwaliteit
binnenschilderwerk. Slecht binnenschilderwerk kan op termijn het houtwerk even
hard aantasten als slecht buitenschilderwerk.
Om enig inzicht in het verfwerk te krijgen ontvangt
iedere bewoner een beknopte verfhandleiding.
d)
het vervangen van (delen van) ramen/deuren/kozijnen:
Ook dit wordt gefaseerd uitgevoerd. Het repareren van
ramen/deuren/kozijnen die niet geheel vervangen hoeven te worden heeft
prioriteit. Op die manier voorkomen we dat ze verder aangetast worden. Ramen en
deuren die geheel vervangen moeten worden kunnen makkelijk wat langer blijven
hangen. Dit is dus geen prioriteit.
Dit betekent dat een timmerman, samen met één of twee
mensen van de technische groep, eerst aan de gang gaat met het repareren van
delen waarvan duidelijk is dat ze aangepakt moeten worden. Naarmate er meer is
afgebrand kunnen er meer reparaties uitgevoerd worden. De opzet is dat de
mensen van de technische groep die met de timmerman meelopen, leren inschatten
wat op welke manier aangepakt moet worden en leren de kleinere reparaties zelf
uit te voeren. Deze mensen moeten eveneens leren om ramen en deuren te
vervangen zodat ze dat in een later stadium kunnen aanpakken.
Kees
Brinkman (Stichting Paradox)/de technische commissie SWB