Raamwerk
v.o.f.
Begijnenstraat
34
6511
WP Nijmegen
024-3231708
www.raamwerk.org
VERBOUWINGEN
Deze brochure is
bedoeld om je enigszins wegwijs te maken in de bouwwereld. Tijdens
verbouwingen, vooral als die wat ingrijpender zijn, krijg je meestal te maken
met een flink aantal bedrijven en ambtenaren. Als je als opdrachtgever bij een
verbouwing betrokken raakt is het belangrijk om te weten wie waarop
aanspreekbaar is.
Wil je dan ook nog
in die verbouwing zelf het een en ander doen, dan is het helemaal belangrijk om
goede afspraken te maken.
Dit is dus geen
handleiding voor verbouwingen maar bedoeld om je een idee te geven van waar je
allemaal aan moet denken. Goede begeleiding zal, ondanks de informatie die hier
gebundeld is, vaak noodzakelijk blijven omdat iedere verbouwing anders is.
Nijmegen,
13-5-2002
Versie 3
Kees Brinkman
Tijdens een
verbouwing is het heel belangrijk dat duidelijk is wie welke
verantwoordelijkheid, rechten en plichten heeft. Vandaar dat meestal tijdens
een verbouwing een hele duidelijke rolverdeling wordt gehanteerd.
De rolverdeling:
De opdrachtgever:
Dit ben je
zelf (je woonvereniging, bedrijf, e.a.). Jij moet als opdrachtgever een
duidelijke opdracht verstrekken en zorgen dat je tijdens de voorbereiding en
verbouwing kan voldoen aan je betalingsverplichtingen.
De huurder(s-vereniging):
Het is ook
mogelijk dat je als huurder of huurdersvereniging betrokken bent bij een
verbouwing. Bijvoorbeeld in situaties waarbij het pand formeel eigendom is van
een ander, maar je als huurder(s-vereniging) het pand huurt en in overleg met
de eigenaar bepaald hoe en wat er verbouwd moet worden. Formeel gezien zal de
huurder tijdens de verbouwing geen rol spelen, terwijl het in de praktijk vaak
voorkomt dat de huurder samen met de formele eigenaar de rol van opdrachtgever
vervult. In dat geval is het heel belangrijk dat de afspraken tussen huurders
en eigenaar voor de verbouwing goed vastgelegd worden.
Zeker als de huurders praktisch tijdens de verbouwing een rol gaan spelen,
bijvoorbeeld door zelfwerkzaamheid, is het belangrijk om vast te leggen wat er
van de eigenaar en wat er van de huurder verwacht wordt, wie uiteindelijk wat
bepaald, hoeveel de huur door zelfwerkzaamheid kan dalen en wie voor
tegenvallers opdraait.
De architect:
Dit is in het
algemeen de eerste die je een opdracht geeft. Meestal om te onderzoeken hoe
iets verbeterd/verbouwd kan worden en om een indicatie te krijgen van de
kosten, In dit zogenaamde haalbaarheidsonderzoek
wordt aangegeven wat er moet gebeuren en wat de diverse onderdelen zullen
kosten. Hierin kan je dan in overleg met de architect gaan veranderen of
bezuinigen. Spreek van tevoren af hoeveel een dergelijk onderzoek mag kosten en
wanneer (in welke fases) je betaalt.
In sommige
gevallen, als je constructieve ingrepen wil doen, zal de architect een constructeur in moeten schakelen
om zijn plannen te laten nakijken. Meestal krijg je van een constructeur apart
een rekening.
Tijdens de
bouw is de architect vaak degene die de directie
voert. Dat wil zeggen dat hij onder andere de kwaliteit van het werk
controleert en overleg met de aannemer/opdrachtgever voert. Vaak is hij ook
degene die de budgetbewaking
doet. Kortom, een architect kan, als je daarvoor kiest, de hele voorbereiding
en uitvoering van een verbouwing leiden en je bij je rol als opdrachtgever
gegeleiden.
Aannemer:
Op basis van
de gegevens uit het haalbaarheidsonderzoek kun je zien of je plannen financieel
haalbaar zijn en beslis je of je er een aannemer bij haalt. De aannemer vraag
je op basis van het haalbaarheidsonderzoek een eerste (grove) begroting te
maken.
Bij minder ingrijpende verbouwingen kun je uiteraard meteen een aannemer om een prijsopgaaf vragen. In dat geval zal de aannemer de plannen en tekeningen maken. Let dan wel op of voor de verbouwing toestemming van Bouw- en Woningtoezicht, de welstandscommissie of een andere instantie vereist is. In dat geval zullen er door de architect of aannemer wat verder uitgewerkte tekeningen en plannen gemaakt moeten worden.
Als je in aanmerking
wilt komen voor subsidie-regelingen
zullen de tekeningen vrijwel altijd door een architect gemaakt moeten worden.
De aannemersbegroting is in feite een offerte. Uiteraard kun je hier in overleg met aannemer en architect wederom in schrappen. Let dan wel op dat je geen dingen schrapt die bijvoorbeeld door de brandweer, bouw- en woningtoezicht of subsidiegevers verplicht gesteld zijn. Je architect hoort hiervan op de hoogte te zijn.
Onderaannemers:
Onderaannemers
worden door de aannemer ingehuurd om een bepaald gedeelte van het werk te doen.
Meestal zijn dit gespecialiseerde bedrijven als loodgieters, dakdekkers,
elektriciens, stukadoors, enz. De aannemer is verantwoordelijk en aanspreekbaar
voor het doen en laten van de onderaannemers en voor het werk dat ze leveren.
In de praktijk is het vaak handig om (in eerste instantie via de aannemer) ook
contact te onderhouden met sommige onderaannemers. In sommige gevallen, als de
begroting van de onderaannemer voor je gevoel veel te hoog is, kun je met je
aannemer bekijken of er geen goedkopere onderaannemer te vinden is en daarvoor
voorstellen doen. Onderaannemers kunnen op uurbasis werken of op aangenomen
basis aangetrokken worden. Een aannemer die z'n pappenheimers kent maakt hier
per onderaannemer een keuze in. De een is gemiddeld op uurbasis goedkoper
terwijl de ander op aangenomen basis aantrekkelijker is.
Als op basis van
de eerste begroting, na eventuele bezuinigingen, de financiering rond te
krijgen is, kun je het verbouwingspad definitief in slaan. Allereerst zal de
architect de definitieve bouwtekeningen
moeten maken en een bestek
opstellen. Hiervoor teken je een overeenkomst met de architect. Architecten
hebben meestal een standaardtarief gebaseerd op de zogenaamde SR 1988.
Al naar gelang de
kosten van de verbouwing wordt een percentage over de bouwsom berekend. Naar
mate de bouwkosten stijgen wordt dit percentage lager. Afhankelijk van de klus
kan je een architect soms ook op uurbasis in de arm nemen.
De bouwtekeningen
zijn zo precies mogelijke weergaven van de huidige situatie en de situatie die
na verbouwing ontstaat. In het bestek
wordt omschreven wat precies moet gebeuren, met welke materialen en soms
op wat voor manier. Op basis van dit bestek maakt de aannemer zijn definitieve
offerte.
Deze tekeningen en
het bestek gaan naar:
Bouw- en Woningtoezicht:
De mensen van
Bouw- en Woningtoezicht bekijken of de plannen voldoen aan de bouwvoorschriften. Op grond van
die voorschriften stellen zij bepaalde eisen aan de materialen die gebruikt
worden, de manier waarop de indeling gepland is, enz. Tijdens de bouw kan deze
dienst 'toezicht' houden. Dat wil zeggen dat ze af en toe langs kunnen komen om
te kijken of er volgens de door hen gegeven voorschriften gewerkt wordt. Ook
bij het toekennen en uitkeren van gemeentelijke of landelijke subsidies heeft
deze dienst een toezichthoudende functie. Afhankelijk van de subsidie die je
aanvraagt verschillen de eisen waaraan je moet voldoen. Na afloop van de
verbouwing kijken zij of alles aan de brandvoorschriften en voorschriften van
bouw- en woningtoezicht voldoet. Is dat niet het geval dan kunnen ze je dwingen
zaken te veranderen.
De brandweer:
De Brandweer
krijgt de tekeningen en het bestek van Bouw- en Woningtoezicht en bekijkt of ze
voldoen aan de brandvoorschriften.
Zij geven bijvoorbeeld aan waar brandhaspels moeten komen, hoe dik deuren
moeten zijn, wat voor sloten er op bepaalde plaatsen moeten en aan wat voor
voorwaarden plafonds/ vloeren/ muren e.d. moeten voldoen.
Welstandscommissie:
Als er iets
aan de buitenkant van je pand veranderd zal je daar vaak van de
welstandscommissie toestemming voor moeten verkrijgen.
Nutsbedrijven:
Als je iets
fundamenteels veranderd aan de gas/licht/water-installatie, bijvoorbeeld de
meterkasten wilt verplaatsen of er nieuwe kasten nodig zijn, zal je ook over de
plaatsing hiervan met de Nutsbedrijven moeten overleggen en toestemming voor de
wijziging moeten krijgen.
Monumentenzorg:
Als je een monument wil verbouwen heb je daar eveneens toestemming van de afdeling monumentenzorg voor nodig.
Alleen de
welstandscommissie is een papieren draak (die desondanks belangrijk is), de
rest van deze instanties zie je tijdens de bouw meestal terug.
Over het algemeen
zorgt de architect voor de goedkeuring van deze instanties en verwerkt hij de
veranderingen die de diverse instanties hebben aangebracht in de tekeningen en
het bestek. De aannemer verwerkt de veranderingen vervolgens in z'n offerte. Nu
kan je de definitieve opdracht aan de aannemer geven.
Dat kan op twee
manieren:
Aangenomen werk:
In het bestek
staat precies omschreven wat er moet gebeuren. De aannemer neemt dit werk aan
voor een bepaald bedrag, de aanneemsom.
Vaak gebeurt dit
ook in de vorm van een wedstrijd tussen een aantal aannemers, de aanbesteding.
In dat geval wordt een aantal, meestal drie, aannemers gevraagd om op basis van
het bestek een prijs voor het gehele werk bekend te maken. Degene die met de
laagste prijs komt krijgt de opdracht.
Aangezien het werk
en de prijs daarvoor nu vastliggen komt het risico bij de aannemer te liggen.
In het aanneemsom zit een winstmarge voor de aannemer, het risico van
tegenvallers is ook voor zijn rekening. Het bedrag wat je overeenkomt is
daardoor meestal hoger dan bij een:
Budgetverbouwing:
Bij een
budgetverbouwing kom je met de aannemer een bedrag overeen, echter,
tegenvallers komen voor rekening van de opdrachtgever. Heel belangrijk is het
om overeen te komen dat de aannemer een wekelijkse rapportage geeft van de
voortgang van het werk en de ontwikkeling van de kosten, vergeleken met het
budget. Dan zie je namelijk langzamerhand of de kosten hoger worden dan de
richtprijs en kun je nog op tijd ingrijpen door bijvoorbeeld bepaalde
werkzaamheden te schrappen.
Een variant
hierop is het aantrekken van een aannemer als uitvoerder. De uitvoerder is degene die op de bouw voor een
aannemer de verbouwing coördineert, voor de tijdige aanvoer van materialen
zorgt, enz. Kortom, degene die zorgt dat alles op de werkplek soepeltjes
verloopt. Als de rol van de aannemer zich bij een budgetverbouwing beperkt tot
het (formeel) inhuren van onderaannemers en het soepel laten verlopen van de
verbouw is de term aannemer een groot woord. In dat geval kun je overeenkomen
dat hij voor een bepaald bedrag per uur werkt (met een maximum bedrag/aantal uren)
en dat hij een bonus krijgt als het werk eerder dan gepland klaar is en/of het
aan het eind van de rit goedkoper uitvalt. Dat is een stimulans om ervoor te
zorgen dat hij zijn werk zo goed mogelijk doet.
Of je beter kan
kiezen voor aangenomen werk of een budgetverbouwing is moeilijk in het algemeen
te beantwoorden. Het lijkt alsof aangenomen werk gunstiger is omdat je een
beperkter risico loopt. Daar staat tegenover dat een budgetverbouwing de nodige
financiële voordelen op kan leveren vergeleken met aangenomen werk. Het hangt
echter vooral af van het soort werk en hoe groot de risico's van het oplopen
van bepaalde kostenposten is. Per geval zal dus gekeken moeten worden wat de
beste keuze is.
Met de aannemer
teken je dus een overeenkomst (meestal de begroting, het bestek, enz). Een hoop
dingen staan standaard in zo'n overeenkomst. Een aantal dingen die je zeker
niet moet vergeten zijn:
Directievoering:
Wie tijdens de
bouw de 'directie' voert. Daarmee ligt vast wie tijdens de bouw de aannemer in
de gaten houdt, de voortgang van het werk controleert, met wie de aannemer moet
overleggen als er meerwerk op
komt duiken, enz. In gevallen waarin je zelf van dit soort dingen niet al te
veel kaas gegeten hebt is dit meestal de architect. Uiteraard kun je met je architect
of ander die de directie voert hier constant overleg over houden. Het voordeel
van een deskundige directievoerder is dat de uitgaven en de voortgang
gecontroleerd worden en dat de aannemer tijdens de bouw niet even snel aan je
kan vragen of iets niet anders kan, waarbij later blijkt dat dat 'andere'
bakken met geld kost of te veel ten koste gaat van de kwaliteit. Je hebt dan
als opdrachtgever daarmee immers ingestemd.
Uiteraard kost
zo'n deskundige directievoering ook geld, maar de ervaring leert dat goede
directievoering, in combinatie met goede budgetbewaking de moeite (en het geld)
vaak meer dan waard is.
Budgetbewaking:
Leg vast op welke
manier de budgetbewaking gebeurt en op welke manier de aannemer daaraan mee
moet werken. Budgetbewaking betekent de continue bewaking van de voortgang van
het werk en de gemaakte kosten. Bij aangenomen werk liggen de prijs en de te
verrichten werkzaamheden vast en is het vooral van belang eventuele stelposten,
meerwerk, hogere kosten enz. te bewaken.
Bij een budgetverbouwing
valt er veel meer te bewaken. De offerte van een aannemer geeft meestal een
gedetailleerd inzicht in de materiaal- en arbeidskosten die voor een bepaald
onderdeel van de bouw begroot zijn. Omdat het risico voor tegenvallers bij de
opdrachtgever ligt moet op alle onderdelen consequent gecontroleerd worden of
het werk binnen de begroting blijft. Dat betekent dat op ieder onderdeel de
werkelijke materiaal- en loonkosten vergeleken moeten worden met de begrote
kosten. Dat is minder simpel dan het klinkt omdat daarbij tevens op ieder
onderdeel in de gaten gehouden moet worden in hoeverre de voortgang van het
werk (en de inkoop) zich verhoud met de totale hoeveelheid werk (en benodigde
materialen).
Goede
budgetbewaking is essentieel om te voorkomen dat aan het eind van een
verbouwing pas blijkt dat je budget overstegen is en je (in het uiterste geval)
in de financiële problemen terecht komt. Als je tijdens de verbouwing
signaleert dat de kosten oplopen kun je meestal nog bezuinigen terwijl dat
achteraf niet meer mogelijk is.
Een addertje onder
het gras is dat met een strikte budgetbewaking het tegen het eind van de
verbouwing er vaker op lijkt dat je nog geld over hebt. De neiging bestaat dan
om meer werk te laten uitvoeren of mooier af te werken dan eerst was begroot.
Doe dat niet. In de praktijk blijkt dat in de afwerkingsfase vaak veel extra
kosten opduiken, waardoor je alsnog boven je budget uit komt als je extra werk
hebt laten doen of mooier afwerkt.
Meer- en Minderwerk:
Heel belangrijk is
het om af te spreken hoe meer- en minderwerk (en hogere en lagere kosten)
verrekend worden.
Meerwerk staat
voor alles wat meer uitgevoerd wordt dan gepland was en waar de opdrachtgever
voor opdraait. Dat meerwerk kan op twee manieren ontstaan:
- doordat tijdens
de verbouwing iets opduikt dat niet in de plannen stond maar toch moet
gebeuren;
- doordat de opdrachtgever wil dat
er meer uitgevoerd wordt dan eerst gepland was.
Minderwerk kan
eveneens op twee manieren ontstaan:
- doordat iets
dat gepland was niet nodig blijkt te zijn;
- doordat je tijdens de verbouwing onderdelen die in de begroting waren opgenomen schrapt.
Hogere en lagere kosten:
Ook voor hogere en
lagere kosten moet van tevoren afgesproken worden hoe die verrekend wordt.
Hogere of lagere kosten kunnen ontstaan doordat er in de begroting van de
aannemer een aantal stelposten zijn
opgenomen. Dat wil zeggen dat het bedrag wat voor een bepaald werk wordt
genoemd slechts een schatting is. Kost dat gedeelte van het werk meer dan komen
de meerkosten voor rekening van de opdrachtgever. Valt dat gedeelte van het
werk goedkoper uit dan het geschatte bedrag, dan komt dat ten goede van de
opdrachtgever.
Een variant hierop
zijn de verrekenbare hoeveelheden of
verrekenposten. Als de omvang van een bepaalde klus vooraf niet bepaald kan
worden wordt een schatting gemaakt (bijvoorbeeld in m2) en wordt een prijs per
m2 afgesproken. Dit wordt dan later afgerekend op de feitelijk verwerkte
hoeveelheden.
Je kunt
bijvoorbeeld afspreken dat de aannemer eerst schriftelijke toestemming van de
directievoerder moet hebben voordat hij meerwerk uitvoert en er een
kostenplaatje van dat meerwerk moet liggen. Dat er in overleg gezocht moet
worden naar manieren om meerwerk met minderwerk te compenseren en dat de
aannemer hier aan mee moet werken. Dat er, als er desondanks meerwerk kosten
ontstaat, een aantal zaken die met de afwerking te maken hebben niet door de
aannemer uitgevoerd wordt, enz.
Hetzelfde geld
voor hogere kosten. Leg vast dat de aannemer het moet melden als een stelposten
of verrekenpost hoger uit gaat vallen dan begroot was. Ook daarvoor kun je
afspreken dat de aannemer mee moet werken met oplossingen om elders de kosten
te drukken.
Spreek je hier
niets over af dan is het vrijwel onvermijdelijk dat je aan het eind van de
verbouwing met een fikse rekening voor meerwerk of hogere kosten geconfronteerd
wordt. Ook kan de aannemer je 10% in rekening brengen van het minderwerk of
meevallende kosten.
In alle gevallen
is het slim om in je eigen financieringsplaatje, bovenop de aanneemsom, een
bedrag te reserveren van minimaal 5% van de aanneemsom voor onvoorziene kosten,
meerwerk, enz.
Betalingsschema:
Kom een aantal
betalingstermijnen overeen en bepaal in welk stadium de verbouwing moet zijn
voor een termijn wordt uitbetaald. Betaal de een-na-laatste termijn nooit
voordat de aannemer echt met alles klaar is (inclusief afwerking e.a.). Spreek
daarnaast een onderhoud-termijn af, bijvoorbeeld van drie maanden, waarna
bekeken wordt of er in de praktijk alsnog gebreken opduiken. Betaal deze
termijn pas als gebleken is dat er geen gebreken zijn of deze gebreken door de
aannemer verholpen zijn.
Planning:
Kom overeen
wanneer de verbouwing begint, hoe lang de verbouwing gaat duren en wanneer de
aannemer uiterlijk klaar moet zijn. Eventueel kan je, bijvoorbeeld als je veel
voor tijdelijke herhuisvesting betaald, een boeteclausule opnemen om ervoor te
zorgen dat je niet teveel schade oploopt als de bouw later dan overeengekomen
af is.
Bouwvergaderingen
Leg vast hoe vaak
er bouwvergaderingen zijn. Tijdens de bouw moet regelmatig door de
belanghebbenden vergaderd worden om de voortgang te bespreken en beslissingen
te nemen. Dit worden bouwvergaderingen genoemd. Hierbij zijn meestal aannemer,
uitvoerder, directievoerder en opdrachtgever aanwezig. Indien nodig kunnen ook
onderaannemers of anderen het gezelschap completeren. Heel belangrijk is het om
dergelijke vergaderingen goed te (laten) notuleren en deze notulen aan het
begin van de volgende vergadering door alle partijen te laten ondertekenen. Als
de notulen door alle betrokkenen ondertekend worden zijn dit namelijk
rechtsgeldige stukken waarop je, als er later iets mis gaat, altijd een beroep
kunt doen.
VERBOUWEN EN ZELFWERKZAAMHEID
Als je tijdens een
verbouwing ook een aantal dingen zelf wil doen (zelfwerkzaamheid) moet je met
de aannemer en architect afspraken maken over hoe die zelfwerkzaamheid in de
verbouwing ingepast wordt. Goede afspraken hierover voorkomen onduidelijkheid,
stagnatie tijdens de bouw, het afschuiven van verantwoordelijkheid en
uiteindelijk ook financiële tegenvallers. In de praktijk zal tijdens de
wekelijkse of tweewekelijkse bouwvergadering tussen de directievoerder, de
aannemer en een vertegenwoordiger van de groep (coördinator) die meewerkt
overlegd moeten worden over de voortgang van het werk te bespreken, de
werkverdeling, enz.
Er is een aantal
mogelijkheden om zelfwerkzaamheid in te passen:
Meewerken:
De verbouwing
gebeurt op budgetbasis. Tijdens de verbouwing werk je met de aannemer mee. Je
neemt bijvoorbeeld sloop en sjouwwerk voor je rekening, houdt de bouwplaats
schoon, doet boodschappen, zet koffie, doet het en neemt andere klusjes voor je
rekening. Hierdoor bespaar je de aannemer uren. Zo zorg je er voor dat er meer
gedaan kan worden voor hetzelfde geld of dat hetgeen gebeurt goedkoper uitvalt
dan als alleen de aannemer zou werken.
Nadeel hiervan
is dat van te voren niet vast staat hoeveel je bespaart. Je moet afwachten hoe
effectief je werkt en hoeveel je al doende bespaart. Je kunt proberen op deze
manier meerwerk te compenseren. De uiteindelijke bedoeling is natuurlijk dat de
verbouwing hierdoor goedkoper uitvalt, waardoor je huren lager kunnen worden.
Dit wordt ook wel inverdienen genoemd. Om te zien of je zelfwerkzaamheid
oplevert wat je gehoopt had, moet je afspreken dat het effect van de
zelfwerkzaamheid meegenomen wordt in de wekelijkse rapportage van de aannemer.
Daarnaast is het nadeel van deze manier van werken dat het vaak niet echt
bevredigend werk is en je niet zo veel tastbaar resultaat ziet van je werk.
Aangenomen werk:
Ook met
aangenomen werk kun je, als de aannemer hiermee akkoord gaat (dit kan je al
opnemen in het bestek), op bovenstaande manier met inverdienen werken. Je kunt
bijvoorbeeld afspreken dat een aantal zaken in zelfwerkzaamheid gebeurt
waardoor tegenvallende stelposten en andere meerwerk gecompenseerd kan worden
of er uiteindelijk door de aannemer iets meer gedaan wordt dan in eerste
instantie gepland was (dit is echter zelden het geval). Spreek ook in dit geval
af dat de aannemer rapporteert wat door zelfwerkzaamheid bespaard wordt.
Zelfwerkzaamheidbegroting:
Het principe
van werken met een zelfwerkzaamheidbegroting is vrij simpel. Je haalt bepaalde
zaken weg uit aannemersbegroting en geeft daarvoor dus geen opdracht aan de
aannemer. Als een architect bij de verbouwing betrokken is zal je dat over het
algemeen in heel nauw overleg met de architect doen of zal hij daarvoor
voorstellen kunnen doen.
Hierdoor
bespaar je de loonkosten en opslagen
(een percentage dat de aannemer berekent over de materialen die hij gebruikt,
in totaal 17 tot 20%). Je bent dan zelf verantwoordelijk voor het bestellen van
het materiaal en het goed uitvoeren van het werk.
De materiaalkosten
die begroot waren verplaats je naar een zogenaamde zelfwerkzaamheidbegroting
(zie verderop).
Op de lijst van werkzaamheden die je uit de aanneembegroting gehaald hebt kan
je ook je werkplanning baseren. Per klus kan je op het aantal uren dat je uit
de aanneembegroting weggehaald hebt, het aantal uren baseren dat je er in
zelfwerkzaamheid mee kwijt zal zijn. Daarbij is het heel belangrijk om een
reële verhogingsfactor op het aantal uren los te laten. Het personeel van een
aannemer zal vrijwel altijd sneller werken dan vrijwilligers, hoe ervaren ze
ook zijn met klussen. Het aantal uren dat de aannemer heeft begroot zal je,
afhankelijk van het soort klus, met een factor 1,5 tot 2,5 moeten verhogen.
Gemiddeld zal dat op minimaal 2 uit moeten komen, meestal eerder op 2,5.
Daarnaast moet je extra uren inplannen voor werkoverleg, inrichten en
schoonhouden van de bouwplaats en het doen van inkopen.
Bij het werken
met een zelfwerkzaamheidbegroting is een goede coördinatie met de aannemer een
vereiste. Een verbouwing kent meestal een logische volgorde waarin de
werkzaamheden verricht worden. Als je in zelfwerkzaamheid delen van het werk op
je neemt moet je er voor zorgen dat het werk klaar is voor de aannemer met de
volgende stap bezig gaat. In de praktijk komt zo'n werkverdeling er op neer dat
je voor de aannemer uit en achter hem aan werkt. Moet de aannemer op jou gaan
wachten omdat je nog niet klaar bent dan kost dat handen vol geld en kun je het
hele effect van zelfwerkzaamheid teniet doen.
Voor je
werkzaamheden uit de aannemersbegroting haalt moet je je dus afvragen of je het
werk aan kan (zowel technisch als qua menskracht/uren), of je het klaar krijgt
in de periode die daar in de werkplanning voor staat en of de onderdelen die je
voor je rekening neemt zo over de bouwperiode verspreid zijn dat je het totaal
aan kunt.
Twijfel je
daar aan dan kun je het werk het beste niet uit de aannemersbegroting
schrappen. Als je alleen de afwerking (bijvoorbeeld wat schilder- en
stukadoorswerk) voor je rekening neemt zal dit minder een probleem zijn.
Voordeel van deze manier van werken is dat je tastbaar resultaat ziet van de
klussen die je voor je rekening hebt genomen en financieel precies weet welke
voordelen het heeft opgeleverd.
In de praktijk wordt vaak een combinatie toegepast van het weghalen van een
aantal klussen uit de opdracht aan de aannemer en het meewerken met de
aannemer. In alle gevallen is het slim om vooraf een aantal dingen zwart op wit
te zetten of door te praten; te weten:
Verzekering:
Door wie
worden de vrijwilligers en mogelijke schade die ze aanrichten verzekerd? Dit
kan tot op zekere hoogte meestal binnen de CAR-verzekering van de aannemer. De
CAR dekt schade aan het bouwwerk en de omgeving, hierin kan meestal ook het
risico afgedekt worden dat vrijwilligers schade aan het bouwwerk toebrengen.
Daarnaast is het slim om voor een goede ongevallen-verzekering en
WA-verzekering voor de opdrachtgever en medewerkers daarvan te zorgen.
Medewerking:
Dat de
aannemer verplicht is om medewerking aan zelfwerkzaamheid te verlenen en dat
tijdens de bouw nog besloten kan worden delen van het aannemerswerk naar ZWH te
verplaatsen, wat vervolgens als minderwerk beschouwd zal worden.
Gereedschap/materiaal:
Wie zorgt voor
het gereedschap en materialen voor hetgeen in zelfwerkzaamheid gebeurt? Neem
hiervoor een reële post op en zorg voor goed gereedschap. Niets is zo
frustrerend als werken met slecht gereedschap.
Botsingen:
Hoe je omgaat
met eventuele botsingen tussen bouwvakkers en zelfwerkers. Naar wie moeten
mensen toestappen als er problemen zijn? De directievoerder kan daarvoor
bijvoorbeeld aanspreekpunt zijn.
Garanties:
Welke
garanties geeft de aannemer op onderdelen van het werk die (deels) in
zelfwerkzaamheid zijn uitgevoerd? Bij onderdelen die uitsluitend in
zelfwerkzaamheid zijn uitgevoerd kun je moeilijk van een aannemer verwachten
dat hij garanties geeft voor de kwaliteit van het werk. Voor werk dat
uitsluitend door de aannemer is gedaan kun je dat natuurlijk wel verwachten.
Voor onderdelen die deels in zelfwerkzaamheid en deels door de aannemer zijn
uitgevoerd ligt dat gecompliceerder. Leg per onderdeel dus vooraf vast welke
garanties de aannemer geeft. In sommige gevallen is dit een overweging die
belangrijk kan zijn voor de vraag of je iets zelf doet of uit laat voeren.
Onderlinge afspraken en communicatie
Als je besluit om
zelf in de verbouwing mee te draaien zal je niet alleen afspraken met de
instanties en bedrijven moeten maken. Goede onderlinge afspraken zijn minstens
even belangrijk. Meestal legt een verbouwing een behoorlijke druk op een groep.
Allerlei onbekende
dingen moeten geregeld worden, de een werkt makkelijker in de bouw dan de
ander, om nog maar niet te spreken van de financiële- en werkdruk waar ook weer
verschillend mee omgegaan wordt. Vaak kost het na verloop van tijd veel moeite
om nog begrip voor elkaar en die verschillen op te brengen.
Voor een deel kun
je daar iets aan doen door vooraf goed te praten over hoe iedereen in die
verbouwing wil staan, hoeveel tijd iedereen er in wil steken, wat of welke
onderdelen mensen aan willen gaan en hoe je elkaar op dingen aan gaat spreken.
Aangezien je niet
alles kunt voorzien is het goed om tijdens zo'n verbouwing niet alleen over
praktische zaken te vergaderen. Trek bijvoorbeeld iedere vrijdagmiddag uit om
met een pilsje in de hand eens rustig te babbelen over de verbouwing, over hoe
het onderling gaat, ergernissen, enz. Dat kan voorkomen dat spanningen ontstaan
of oplopen. Het zou niet de eerste keer zijn dat een groep knalt nog voor de
verbouwing van hun pand is afgerond.
Dat wil natuurlijk
niet zeggen dat je elkaar nergens op aan kunt spreken, integendeel. Je moet het
evenwicht zoeken en vasthouden tussen elkaar aanspreken, onderling het nakomen
van verantwoordelijkheden eisen en desondanks begrip opbrengen voor elkaar.Als
iemand er echt doorheen zit kun je iemand beter voor een paar dagen naar huis
sturen om uit te rusten. Uiteindelijk levert dat meestal meer op dan iemand die
zichzelf op het tandvlees naar een bouw toe blijft slepen.
Daarnaast kun je
een aantal praktische zaken regelen en een taakverdeling maken. Basisdemocratie
is leuk maar tijdens een bouw uitermate onpraktisch (en op termijn daardoor
duur).
Coördinatie
In de praktijk
werkt het vaak het beste als twee mensen verantwoordelijk zijn voor de
werkplanning, coördinatie (met de aannemer/directievoerder) en gereedschap- en
materiaalinkoop. Voor één iemand is dit een hele zware verantwoordelijkheid,
bovendien wordt je snel te afhankelijk van één persoon. Op deze manier is voor
iedereen duidelijk wie aanspreekbaar zijn, wie het overleg voeren en 's
ochtends vertellen wat er moet gebeuren.
Als iedereen in
een groep hiervoor (mede)verantwoordelijk is ontstaat er snel een situatie
waarin de aannemer e.a. niet meer weten wie ze aan moeten spreken en er veel
onnodige discussies ontstaan over het werk dat gedaan moet worden.
Met een hele groep
is het ondoenlijk om iedereen continue op de hoogte te houden van de vele
technische beslissingen die tijdens een bouw genomen moeten worden. Dat zijn
vaak beslissingen die voortkomen uit technische eisen, de (on)mogelijkheid om
iets op een bepaalde manier te doen, het al dan niet op tijd leveren van
materiaal, de weersomstandigheden, enz.
Iedere morgen
iedereen op de hoogte brengen van dit soort overwegingen, doorpraten waarom je
welk werk aanpakt en wie wat gaat doen kost stomweg te veel tijd.
Het beste is het
als deze coördinatoren over voldoende bouwkennis beschikken zodat ze het
overleg met andere betrokkenen goed kunnen voeren, zelf zo goed mogelijk het
werk kunnen indelen/voorbereiden en het liefst ook praktisch aan andere
vrijwilligers duidelijk kunnen maken hoe iets gedaan/aangepakt moet worden, met
welk gereedschap en welke materialen. Als dat het geval is bespaar je enorm op
de hoeveelheid tijd die de 'professionele' mensen van de aannemer met de zelfwerkzaamheid
bezig zijn. Op den duur kan dat kapitalen schelen. Het beste is als de
professionals van bedrijven helemaal niet met zelfwerkzaamheid bezig zijn.
Heel belangrijk is
het dat deze coördinatoren zich er tijdens de bouwperiode van bewust blijven
dat ze groepsleden zijn en zo goed mogelijk moeten blijven communiceren,
uitleggen en hun beslissingen en opstelling blijven bespreken/verantwoorden.
Een beetje goede communicatieve eigenschappen kunnen dus geen kwaad.
Belangrijke en
verstrekkende beslissingen zullen natuurlijk door de hele groep besproken
moeten worden. Andere groepsleden moeten zich er tijdens de bouwperiode van
bewust blijven dat die coördinatoren een extra verantwoordelijkheid hebben en
het daardoor nogal eens zwaar kunnen hebben.
Bij grote
verbouwingen waar veel in zelfwerkzaamheid gedaan moet worden is het
twijfelachtig of de coördinatie wel door vrijwilligers of groepsleden gedaan
kan worden. Dat kan alleen als er mensen in de groep zijn met voldoende kennis,
ervaring en tijd om de coördinatie van het geheel aan te kunnen. Bij
verbouwingen waar heel veel in zelfwerkzaamheid moet gebeuren zijn er dan ook
vaker professionals ingehuurd om de rol van coördinator te vervullen. Bijkomend
voordeel is dat deze mensen geen onderdeel van de groep zijn en daardoor in de
groep een neutralere plek in kunnen nemen.
Budgetbewaking
Financieel inzicht
en een strikte budgetbewaking zijn in een verbouwing met zelfwerkzaamheid
minstens even belangrijk als goede onderlinge afspraken. Ook in dit geval is
het het beste om twee mensen hiermee te belasten. Helemaal het beste is het als
één van deze mensen ook met de coördinatie bezig is. De 'coördinator' weet hoe
ver iets gevorderd is en welk materiaal voor welke klus gekocht is.
Als de financiën
goed bijgehouden worden (minimaal een keer per week) kun je zien of je op een
bepaald onderdeel over het zelfwerkzaamheidbudget heen schiet of juist
goedkoper uit bent.
Hierdoor kun je
beslissingen over meer- en minderwerk binnen de zelfwerkzaamheid nemen die ergens
op gebaseerd zijn. Doe je dat niet, dan loop zelfwerkzaamheid financieel gezien
snel uit de klauwen en bereik je, hoe hard je ook werkt, niet wat je wil
bereiken.
Daarbij
vergemakkelijkt dit soort inzicht ook het overleg met de
directievoerder/aannemer over meer- en minderwerk van de aannemer, stelposten
en andere onvoorziene zaken.
Heel belangrijk is
het om, als je met een zelfwerkzaamheidbegroting werkt, een behoorlijke post 'onvoorzien' op te nemen waaruit je een
aantal onvoorziene tegenvallers binnen de zelfwerkzaamheid op kunt vangen.
Daarnaast moeten
er, voor zover van toepassing, posten opgenomen worden voor de aanschaf en/of
huur van gereedschap, containers, steigers, inrichting van schaftruimte,
coördinatie en dergelijke.
Bepaal voor de
verbouwing heel precies voor welke kosten de vereniging/opdrachtgever voor de
kosten opdraait en wat door de bewoners/gebruikers zelf gefinancierd moet
worden. Tenslotte is het slim om vooraf te bepalen of je een post voor eten
e.a. opvoert of dat iedereen daar zelf voor opdraait. Ook dat kan anders
onverwacht hoog oplopen.
Een paar praktische tips:
- zorg voor
vaste werk- en schafttijden;
- begin
gezamenlijk met een kop koffie en verdeel het werk;
- maak
iedereen duidelijk dat ze zo min mogelijk de (mensen van) de aannemer om hulp
of advies moeten vragen, zorg ervoor dat er altijd iemand met voldoende
bouwkennis aanwezig is om de mensen advies te geven en te helpen;
- zorg voor
goede secundaire arbeidsvoorwaarden (eten/drinken/muziek);
- zorg voor
een schone schaftruimte;
- zorg voor
voldoende beschermingsmateriaal als werkschoenen, handschoenen, stofmaskers,
antifonen, enz;
- zorg voor
de aanwezigheid van voldoende EHBO-spullen en het adres van de dichtstbijzijnde
arts;
- hang belangrijke
telefoonnummers als ambulance, brandweer, enz. naast de telefoon;
- zorg ervoor
dat gevaarlijk gereedschap als zaagtafels, cirkelzagen, enz. alleen gebruikt
wordt door mensen die weten wat ze doen en de veiligheidsvoorschriften in acht
nemen;
- zorg voor
goed gereedschap en materiaal, niets is zo frustrerend als werken met slecht
gereedschap of slechte materialen;
- zorg voor
voldoende gereedschap (beter een hamer te veel dan mensen die iedere dag op
'elkaars hamer' moeten wachten);
- bewaar
gereedschap overzichtelijk en op een vaste plek;
- zorg dat
gereedschap na iedere klus en aan het eind van iedere dag teruggebracht wordt;
- neem
regelmatig de voorraad materialen op en zorg dat er voldoende is om vooruit te
kunnen;
- bewaar
materialen op een overzichtelijke geordende manier (verschillende plaatsen voor
verschillende soorten materiaal;
- hou
materiaal van de aannemer en zelfwerkzaamheid uit elkaar;
- zorg dat
materiaal na iedere klus en aan het eind van iedere dag teruggebracht wordt;
- ruim
minstens een keer per week de hele bouwplaats goed op;
- zorg dat in
de ruimtes waar gewerkt wordt voldoende plaats is om te werken (bouwen =
sjouwen);
Kortom, investeer
tijd in kleine dingen die er voor zorgen dat het overzichtelijk blijft en
iedereen zo prettig en veilig mogelijk kan werken. Het belangrijkste: hou met
elkaar de lol er in.