Raamwerk v.o.f.

Begijnenstraat 34

6511 WP Nijmegen

024-3231708

www.raamwerk.org

 

 

Beknopte handleiding

voor schilderwerk

 

 

 Verf is een beschermlaag voor hout, metaal en andere bouwstoffen die alleen goed werkt als het hele gevelelement echt goed in de verf zit. Schilderwerk dat beschadigd is of gedeeltelijk of slecht gebeurt is werkt eerder averechts.

 

Dat komt doordat vocht, via het ongeverfde, gebarsten of beschadigde deel, tussen de verf en het materiaal kruipt. Daar kan het vervolgens niet weg waardoor het materiaal onder de verflaag gaat rotten, roesten, e.a. Ongeverfd materiaal kan tenminste nog ademen en ventileren.

 

Om (dure) beschadiging aan bouwelementen te voorkomen is het dus zaak om het schilderwerk goed te verzorgen. Dat betekent bij nieuw materiaal het eerst goed in de grondverf zetten voor het geplaatst wordt en vervolgens goed aflakken. Bij oud materiaal is het zaak alles wat ook maar enigszins aangetast is te verwijderen, beschadigingen te repareren en het vervolgens goed te verven. Dit kan variëren van het compleet afbranden en vervolgens kaalschuren tot je op goed (hard) hout zit, tot het plaatselijk uithakken en/of kaalschuren van een klein stukje.

Deze handleiding zet beknopt alle belangrijke stappen op een rijtje om oude bouwelementen een goede schildersbeurt te geven. Bij nieuwe bouwelementen kun je een aantal stappen weglaten.

Als het schilderwerk een keer grondig gebeurt is kan het er meestal weer jaren tegen voor een echt grote beurt weer nodig is. Het beste is het om al het schilderwerk eens in de twee jaar na te lopen op beschadigingen, scheuren e.a.. Als je deze beschadigingen eens in de twee jaar plaatselijk behandeld kan je een ingrijpende schilders- en reparatiebeurt over het algemeen jaren uitstellen. Dat is natuurlijk ook afhankelijk van de hoeveelheid schade die het verfwerk op een bepaalde plaats van de elementen (water, zon,) ondervind.

 

Kies voor je met de klus begint een verfsysteem. Dat betekent dat je (naast de kleur(-en)) een grondverf en lak kiest die bij elkaar horen. Er zijn veel systemen op de markt zoals verf op terpentine-basis, acrylaatverven en verven op waterbasis. Binnen de verschillende soorten zijn er nog allerlei prijsklassen en kwaliteiten.

 

Iedere verf heeft zo z’n voor en nadelen. Zo is de verf op waterbasis milieuvriendelijk. Daar staat tegenover dat het vaak heel langzaam droogt, niet pakt op andere verfsoorten of metaal en kit en later vrijwel niet af te branden of anderszins te verwijderen is. Deze verfsoorten zijn nog relatief jong en hopelijk komt er een keer een soort die alle voordelen van ‘ouderwetse’ verven heeft.

Verf op terpentinebasis en acrylaatverven zijn minder milieuvriendelijk maar drogen sneller en zijn ook te gebruiken op andere materialen als metaal, kit e.a. en is goed af te branden. In het algemeen worden de laatste verfsoorten dan ook het meeste gebruikt.

Ik heb om deze redenen een voorkeur voor verf op terpentinebasis of acrylaatverven, vooral omdat je deze verf kunt combineren met overschilderbare kit. De verven op waterbasis zijn de laatste jaren echter wel zo ver verbeterd dat ik het mensen die uit milieu-oogpunt daarvoor kiezen niet zonder meer zal afraden.

Kies in alle gevallen nooit een goedkoop systeem maar koop duurdere verf van een bekend gespecialiseerd merk, geen Hema of  Flexa-rotzooi. Sigma, Wijzonol, Sikkens of een ander gerenommeerd merk is weliswaar behoorlijk wat duurder, het verschil in kwaliteit en levensduur is aanzienlijk. De leveranciers van deze merken kunnen je vaak (gratis) een schilderadvies geven en op papier zetten hoe alle bouwelementen het beste en met welke middelen en verven behandeld kunnen worden.

 

Bepaling van de aanpak:

Heel belangrijk is het natuurlijk om te bepalen hoe grondig je het schilderwerk moet aanpakken. Daar is geen vaste regel voor. Je kan er grofweg van uit gaan dat het in de meeste gevallen nodig is om schilderwerk eens in de twee jaar tussentijds plaatselijk bij te werken (barsten/beschadigingen e.a.). Eens in de vijf jaar is er dan een beurt nodig waarbij het werk helemaal wordt schoongemaakt, licht wordt  opgeschuurd en in het geheel van een nieuwe verflaag wordt voorzien.

Bij een tweejaarlijkse beurt controleer je alle verfwerk op bladderen, blaasvorming, scheuren, barsten, beschadigingen en dergelijke.  Deze plekken pak je aan (schuren en eventueel krabben en beitelen) tot je op blank (hard) hout zit, je repareert eventueel en werk bij volgens onderstaande stappen (vanaf stap 3). Het kan zijn dat je hierbij kozijnen of ramen tegen komt die om grondigere reparatie vragen of waarvan je het gehele verfwerk moet doen, dat is dan zo.

Tijdens de vijfjaarlijkse beurt doe je eigenlijk het zelfde als tijdens een tweejaarlijkse beurt maar neem je alle verfwerk mee.

Als je zware twijfels hebt bij de kwaliteit van het gehele schilderwerk en het hout, kan het goed zijn om het alle hout kaal te maken door het af te branden. Als je het volgens onderstaande methode aanpakt kan je het onderhoud vervolgens voor 20 tot 25 jaar beperken tot een regelmatige bijwerkbeurt.

 

Hanteer als stelregel dat zacht, week of zwart hout niet goed is en verwijderd moet worden.

 

 Stappen:

  1. Brand het houtwerk grondig af. Gebruik het liefst een electrische afbrander/feun en zorg dat je diverse formaten en vormen krabbers bij de hand hebt. Brand niet zo ver door dat het hout zwartgeblakerd wordt. Dan moet je vervolgens weer veel meer wegschuren omdat verf niet pakt op verbrand hout.

  2. Bij hele lastige hoekjes, geprofileerde lijsten e.a. kun je desnoods afbijtmiddel gebruiken. Draag handschoenen, laat het afbijtmiddel inwerken en verwijder vervolgens met een schuursponsje de verf. Bij dikke plakken verf kan een aantal keren insmeren nodig zijn. Vermijd het gebruik van afbijtmiddel echter zo veel mogelijk, het is enorm smerige, milieuvervuilende troep.

  3. Krab, beitel en schuur alle aangetast en verrot hout weg. Verrotting is niet zo moeilijk te constateren: hout dat je met je vingers of een schroevedraaier makkelijk weg kan breken is niets meer waard. Dit verwijder je tot je aan alle kanten op goed hout zit. Iets lastiger is het om aantasting te constateren:  hout dat, nadat er afgebrand is, week aanvoelt of duidelijk donkerder is dan het originele hout, is aangetast. Ook dit moet je verwijderen tot je op ‘hard’ hout zit. Soms is het genoeg om een paar minimeter weg te schuren, soms moet je ook hier met de beitel of krabber aan de gang. Let vooral ook op naden waar de ene plank of balk op de andere zit (met name hoeken), krab deze liefst iets dieper uit dan misschien strikt noodzakelijk lijkt. Ben niet bang, ga door tot je zeker weet dat alle rot en aantasting weg is. Schilderen over hout dat vochtig of aangetast is heeft namelijk geen enkele zin. Je sluit dan het vocht onder de verf op.

  4. Als delen zo verrot zijn dat er niets meer over is van bv. een (deel van een) plank, lat of balk zul je deze (gedeeltelijk of helemaal) moeten vervangen. Gebruik hiervoor niet de goedkoopste houtsoort maar een redelijke kwaliteit hout. Let er op dat de houtsoort ‘uitgewerkt’ is of vraag dit na bij de houthandel. Maak de plank, lat of balk op maat en lijm en/of schroef die vast (waar hout tegen steen of metaal aan zit eerst twee keer in de menie zetten). Gebruik voor buitenwerk altijd roestvrijstalen (RVS) schroeven en verlijm het nieuwe hout met PU-lijm (ook wel konstruktielijm). Deze lijm zet uit en vult daardoor terwijl het tegelijk daardoor voor een grote hechting zorgt. Zorg dat je schroeven altijd een paar millimeter in het hout verzinkt. Blijkt een bouwelement zo ver verrot te zijn dat er geen redden meer aan is, dan zul je het hele element moeten (laten) vervangen.

  5. Schuur het geheel grof op, zorg ervoor dat schroeven en spijkers verzonken zitten. Als schroeven of spijkers verroest zijn, haal ze er dan (een voor een) uit en schroef of sla er nieuwe in. Roest vernielt namelijk ook de nieuwe verflaag binnen de kortste keren.

  6. Neem Alabastine twee komponenten houtrot-vulmiddel, dit is het beste spul dat ik ken. Meng het spul in een gelijke verhouding op een oude slicht of een glad houtplaatje met een niet te groot plamuurmes. Vul hiermee alle schroef- en spijkergaten, uitgekrabde barsten e.a. Druk het met het plamuurmes goed in de barst of het gat. Zorg er voor dat het iets dikker op het gat of de scheur staat dan nodig. Dit voorkomt dat je een kuil krijgt en is later vrij gemakkelijk weg te schuren. Bij grote beschadigingen kan je het vulmiddel het beste in lagen opbrengen (1/2 tot 1 cm. dik). Ook kan je dit vulmiddel combineren met stukken hout die je in de beschadiging hebt gelijmd of geschroefd (zie punt 3). Met het middel valt goed de originele vorm van het hout na te ‘boetseren’. Laat het vulmiddel een dag drogen.

  7. Gebruik dit vulmiddel ook om de kopse kanten van hout een beschermlaagje te geven. De kopse kant van hout is het meest kwetsbare deel. Twee millimeter van deze pasta erop voorkomt aantasting jarenlang.

  8. Schuur alles goed glad (geen scheuren, barsten, kuilen, opstaande randjes, enz). Hoe gladder het oppervlak, des te minder kans vocht heeft om te blijven staan en de verf aan te tasten. Let er  op dat je bij kopse kanten niet zo ver schuurt dat er geen vulmiddel meer op zit. Maak daarna alles stofvrij.

  9. Zet alles in een eerste laag (flink verdunde) grondverf. Verdunde grondverf trekt dieper in het hout en zorgt dus voor betere bescherming. Laat dit minimaal een paar uur drogen.

  10. Let op: iedereen denkt dat verven een makkie is maar dat is niet zo. Zorg er altijd voor dat het te verven oppervlak echt stofvrij en schoon is. Strijk de verf goed uit: liefst verticaal, horizontaal en nogmaals verticaal zodat de verf goed verdeeld is en alles meegenomen wordt. Zorg voor verschillende geschikte formaten kwast. Verf niet te dik (als er druipers komen is de verf te dun of smeer je er te veel op) maar ook niet te dun (zorg dat je echt alles raakt). Werk van boven naar onder. Hou voor je gaat schilderen ook rekening met de temperatuur. Als het te warm is droogt de verf soms zo snel dat je kwast aan de net geverfde delen blijft hangen, hierdoor trek je de aangebrachte laag kapot. Wacht dan bv. tot de zon niet op het te schilderen oppervlak staat. Bij te koud weer, zeker bij temperaturen onder nul, valt schilderen evenmin aan te raden. De verf droogt dan niet en kan, afhankelijk van de verfsoort, zelfs min of meer bevriezen. Het beste kan je schilderen bij temperaturen tussen de 25 en 5 graden.

  11. Zet het geheel daarna nogmaals in de grondverf, dit maal onverdund, en laat die weer drogen. Dit heeft langer nodig dan de sterk verdunde grondverf. Laat er minimaal een nacht over heen gaan, meestal is dat genoeg.

  12. Schuur het geheel lichtjes met de hand op.

  13. Dicht als dat nodig is de laatste kleine gaatjes, dunne kieren, barsten e.a. met overschilderbare kit. Voor de meeste verfsystemen op terpentine basis en acrylaatverf kun je hiervoor acrylaat-kit gebruiken (vraag dit na als je het verfsysteem kiest). Op de verpakking staat dat deze kit pas na weken overschilderbaar is. Trek je hier niet te veel van aan. Als je voorzichtig verft (niet te veel druk uitoefenen met de kwast) kan je na een nacht de eerste laag lak goed over deze kit heen verven. Besef je wel dat er, nadat deze kit is aangebracht, niet meer geschuurd kan worden. Het is dus zaak om, als je met overschilderbare kit werkt, zo snel mogelijk hierna te lakken. Zo wie zo is het belangrijk om zo min mogelijk tijd tussen het aanbrengen van de verflagen te laten zitten (uiteraard wel genoeg tijd om de verf goed te laten drogen). Laat je er een aantal dagen tussen zitten dan wordt de verf vuil. Er zal dan voor het aanbrengen van de lak eerst schoongemaakt moeten worden. Dat kan door het oppervlak met een lap met een amonia-water-mengsel of St.Marc goed af te vegen en, voor zover er geen kit gebruikt is, het heel licht op te schuren. Breng je de verflagen snel na elkaar aan (opeenvolgende dagen), dan is het niet nodig om het oppervlak iedere keer licht op te schuren, behalve als je ziet dat het vuil geworden is.

  14. Breng minimaal twee laklagen aan, laat tussen het aanbrengen weer minimaal en nacht zitten.

 

 

Schilderwerk en glas

 

Tijdens het schilderen van kozijnen en ramen heb je ook te maken met de aansluiting op het glas. Hierbij zijn een aantal dingen belangrijk:

 

1.    Als de stopverf (vooral aan de onderkant) gescheurd is of er stukjes ontbreken, verwijder de stopverf dan helemaal. Door scheuren of ontbrekende stukken in de stopverf gaat het hout onder de stopverf namelijk heel snel rotten. Dat komt doordat al het water dat van het glas af druipt hier op terecht komt en er onder kruipt. Verwijder dus alle oude stopverf en zet de ruit opnieuw. Het lukt namelijk niet om een goede aansluiting te maken tussen oude en nieuwe stopverf en het geeft je de kans om het aangetaste hout onder de stopverf aan te pakken (zie hier boven). Verwijder de stopverf door voorzichtig met een beitel de oude stopverf weg te tikken. Als de stopverf rond het glas weg is, verwijder dan de metalen spietjes of spijkertjes waarmee het glas nog vastzit en verwijder het glas door vanaf de andere kant voorzichtig rondom tegen het glas te kloppen. Zit het glas aan de binnenkant met kit vast, snij dan eerst voor je gaat kloppen met een dun mes de kit door. Af en toe zal er glas tijdens deze procedure kapot gaan. Gebruik dat echter niet als reden om het niet te doen. Zeker gewoon glas is goedkoper als een nieuw raam of kozijn, dubbel glas is vrijwel altijd met kit ingezet en goed te verwijderen. Verwijder vervolgens de laatste restanten stopverf en/of alle oude kit uit het raam of kozijn.

2.    Als glas is ingezet met glaslatten is dat vrijwel altijd gebeurt met kit. Ook hier bestaat de kans dat dit niet goed gebeurt is of dat de kitrand te laag ligt. Er mag namelijk op geen enkele manier water in de rand tussen het glas en de glaslat blijven staan, dit loop gegarandeerd na een tijdje tussen de kit, het glas en het hout en tast vervolgens het hout aan. Het water moet van het glas - op de kit - op de glaslat lopen en van daar af verder naar beneden (zie tekening verderop). Ook hierbij loop je dus de kans dat je de glaslatten moet verwijderen, het glas moet verwijderen (snij weer eerst de kit door) en vervolgens alle oude kit moet verwijderen.

 

 

3.    Repareer het hout indien nodig (zie boven) en zet het in de dunne grondverf.

 

4.    Zet rand van het raam of kozijn, waar het glas direct tegen het hout van het raam of kozijn komt, in de butyleenkit of andere kit die geschikt is voor het plaatsen van glas. Deze kit is speciaal voor het plaatsen van glas omdat de kit soepel blijft (demping), overschilderbaar is en het glas na breuk makkelijk te verwijderen is. Gebruik nooit acrylaat-kit, sanitair-kit of andere siliconenkit. Spuit met een kitspuit rondom een rolletje op het hout dat zo dik is dat, als het glas er in gedrukt wordt, de kit er overal uit gedrukt wordt.

 

5.    Het beste is het als het glas aan de onderkant niet op het hout van het kozijn staat maar op kleine stukjes hout of rubber, bijvoorbeeld drie afgebroken lucifers. Pas op dat deze stukjes niet te ver naar buiten steken, ze mogen meestal een millimeter of vijf lang zijn. Leg deze dus eerst onder in het kozijn in een beetje kit zodat ze bij het plaatsen van het glas blijven liggen.

 

6.    Maak ook het glas rondom de rand minimaal 5 centimeter goed schoon. Dan hecht de kit/stopverf beter en kun je er later goed overheen verven. Doe je dit pas later dan beschadig je de kit/stopverf weer.

 

7.    Plaats het glas op de stukjes hout  en tegen de kit, druk het glas aan totdat de kit er aan de andere kant overal uitgedrukt wordt. Als het glas met stopverf wordt vastgezet zet je nu eerst voorzichtig rondom met vier glasnagels of spijkertjes het glas vast. Gebruik je glaslatten, dan plaats je rondom een lijn butyleenkit tegen het glas. Doe dit weer zo dik dat de kit er uit gedrukt wordt als je de glaslat tegen het glas aan drukt. Druk de glaslat tegen de kit en spijker of schroef de latten vervolgens een voor een voorzichtig vast.

 

8.    Veeg vervolgens voorzichtig met je vinger in een droge doek de overtollige kit weg tot de kitrand er goed uit ziet (zie tekening). Wacht hier niet te lang mee, dan is de kit nog soepel en makkelijk te verwijderen.

 

9.    Nieuwe stopverf  plaatsen is in het begin niet makkelijk, het is wel te leren. Maak een rol van stopverf door de stopverf tussen je handen te rollen. Duw de rol voorzichtig maar goed in de hoek tussen het kozijn en het glas. Doe dit eerst helemaal rondom. Druk de rol nogmaals rondom voorzichtig maar goed met een stopverfmes of plamuurmes in de hoek zodat de stopverf overal hoog genoeg zit.. Snij daarna voorzichtig met het stopverfmes de overtollige stopverf schuin weg zodat een hoek van ongeveer 45 graden ontstaat. Trek het mes niet door tot je in de stopverf van de volgende kant zit. Hou even voor de hoek op, snij de volgende kant af  en werk voorzichtig de hoek af. Strijk de stopverf  tenslotte voorzichtig met een vinger na zodat kleine gaatjes e.d. verdwijnen en er een gladde laag stopverf ontstaat.

 

10.Ga je hierna grondverven, dan moet je heel voorzichtig over de kit en/of stopverf heen schilderen. Druk niet te hard anders verniel je je mooie kit- of stopverf-rand. Gebruik dus een zachte kwast en strijk voorzichtig met weinig druk. Heel lang wachten heeft geen zin omdat zowel butyleenkit als stopverf lang zacht blijven.

 

11. Zorg er zeker bij het aflakken voor dat je altijd het glas van het raam met de verf minimaal twee millimeter raakt. Je krijgt dan een aansluitende verflaag die van het glas doorloopt tot op het houtwerk. Dit geeft bescherming aan de stopverf/kit en het hout en voorkomt dat er vocht tussen kan komen als bv. de stopverf op termijn uitdroogt. Gebruik dus ook liefst geen zogenaamde schilderstape of afplakband, leer ‘uit de losse hand’ schilderen. Afplakband zorgt alleen voor een rand waarin vocht kan blijven staan (ook al is die maar een millimeter of twee), zorgt er voor dat je onnauwkeuriger werkt en is slecht verwijderbaar. Gebruik je dit spul toch, verwijder het dan zo snel mogelijk, als je het een aantal dagen laat zitten krijg je het nauwelijks meer van hout, glas en metaal af.

 

 

Buitenschilderwerk en binnenschilderwerk

 

Als ramen, kozijnen en deuren aan de buitenkant gedaan zijn is het zaak om ervoor te zorgen dat ook het binnenwerk snel goed gedaan wordt (of al goed gedaan is). Buiten ziet iedereen de regen, binnen is er meer vocht als je in eerste instantie denkt. Is het buitenwerk goed gedaan, dan kan het vocht van binnen niet meer naar buiten en blijft dus in het hout zitten, vooral als er binnen gestookt wordt. Het gevaar hiervan spreekt voor zich: het houtwerk wordt nu van binnen uit aangetast. Dit gaat soms, doordat er minder ventilatie-luchtstroming dan buiten is, nog harder dan aantasting en uiteindelijk verrotting van buiten.

Het is dus het beste om de binnenkant van de gevelelementen tegelijk met de buitenkant aan te pakken. Daar is overigens ook praktisch veel voor te zeggen. Ramen, deuren e.a. zijn vaak het makkelijkst en beste te repareren en schilderen als ze uit hun sponning gelicht worden. Dat heeft meteen als voordeel dat ze niet in de weg zitten bij het aanpakken van de kozijnen. Met een paar houtplaten zijn de gaten meestal snel te dichten. Je kunt dan bij mooi weer buiten aan de kozijnen werken en bij slechter weer binnen werken aan de binnenkant van de kozijnen, de ramen en deuren.

Oude ramen en deuren worden vaak gammel en sluiten slecht doordat de hoekverbindingen het begeven. Als ze eenmaal uit het kozijn gelicht worden is dat vaak gemakkelijk te repareren. Verwijder zoals hierboven beschreven het glas en brand het houtwerk af. Tik of boor vervolgens de houten deuvels of metalen spieën uit de hoeken (na het afbranden zie je die meestal zitten) en tik vervolgens de hoekverbindingen los.

Verwijder rot of aangetast hout, schuur de lossen onderdelen. Lijm het zaakje weer met pu-lijm (zorg wel dat het haaks blijft) en plaats direct nieuwe deuvels of spieën (zodat die ook in de lijm vast komen te zitten). Daarna achtereenvolgens: vullen met houtrot-vulmiddel, schuren, dun grondverven, glas plaatsen, stopverf of glaslatten plaatsen, grondverven, aflakken.

Als het hang en sluitwerk slecht is of de zaak scheef hangt is dit meteen een mooie gelegenheid om het raam of de deur opnieuw af te hangen en eventueel van nieuw hang en sluitwerk te voorzien. Vooral bij oude huizen werd vaak niet aan inbraakbeveiliging gedacht. Denk dan meteen, vooral op de begane grond of makkelijk bereikbare plaatsen op verdiepingen, aan inbraakbeveiliging door middel van ‘veilig’ hang en sluitwerk.

Dievenklauwen kosten maar een paar cent per stuk en zijn, als je toch met het houtwerk bezig bent, zo geplaatst. Ook als je de ramen en deuren niet uit hun kozijnen licht.

 

 

Metaal

 

Bij metaal is het bijna zaak om nog beter op het onderhoud te letten dan bij hout. Metalen gevelelementen die niet van aluminium of een ander roestvrij metaal zijn, zijn vaak duurder en slechter te repareren dan houten gevelelementen.. Kortom: als je aantasting constateert meteen aanpakken.

Verwijder alle roest en oude verf rond aangetaste plekken grondig. Dat kan bij verroeste delen door het afbreken van de verroeste delen, door met een slijptol met afbraamschijf of door met een bandschuur- of gewone vlakschuurmachine het metaal zo veel mogelijk blank te schuren. Maak het metaal stofvrij en behandel het vervolgens met een roestomvormer-menie (bijvoorbeeld Correlite). Hierna kan je metaal op dezelfde manier als hout met de meeste normale verven goed aflakken. Ook zijn er speciale ‘verven’ op teerachtige-basis voor metaal die een hele dikke beschermingslaag opleveren. Het voordeel hiervan is dat ze bijvoorbeeld bij muurankers of metalen balken in gevels een waterdichte overgang kunnen opleveren van metaal naar stukwerk of metselwerk. Dat lukt met gewone verven niet. Het nadeel is dat deze stoffen een lichte teerachtige geur blijven afgeven en bij warm weer iets zachter kunnen worden.

 

 

 

 

Kitten:

 

Zorg ervoor dat kit nooit in een ‘kuil’ ligt zoals de eerste tekening maar zorg voor een aflopend effect als op de tweede tekening. Kit die in een kuil ligt of gaten heeft zal uiteindelijk tot schade aan houtwerk leiden en kan je hele reparatie en schilderwerk teniet doen.

 

 

 

 

 

 

FOUT

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

GOED